De WRR stelt dat de veranderde geopolitieke verhoudingen ook vragen om een andere opstelling, om Nederland en Europa staande te houden tegenover groeiende economische en technologische druk. Het rapport biedt inzichten in hoe Nederland en Europa om moeten gaan met de toenemende verwevenheid van economie en geopolitiek: Nederland en de EU zijn voor belangrijke technologieën en producten sterk afhankelijk van de VS en China, terwijl die afhankelijkheid andersom veel kleiner is. Daarmee bouwt de raad voort op eerdere rapporten van Draghi en Wennink over het Europese en Nederlandse concurrentievermogen.
Een hoofdboodschap van de WRR: Europa loopt achter in het opschalen van technologische innovaties en mist een samenhangend innovatiesysteem. In navolging van Rapport Wennink pleit ook de WRR voor een NADI-model met heldere doelen en gefaseerde financiering. Daarnaast noemt het rapport strategische overheidsinkoop, de overheid als launching customer, als hefboom om bedrijven te helpen opschalen.
Het rapport is in lijn met de stappen die nu al gezet zijn voor een meer gericht innovatie- en industrie- en handelsbeleid. Dit is te zien in de ontwikkelingen in de Nationale Technologiestrategie, de gerichte programma’s in het industriebeleid en de bevindingen van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat.
Minister Herbert:
"De WRR pleit onder meer voor een offensiever industriebeleid en een andere blik op handelsbeleid. Daarbij is het belangrijk om onze innovatiekracht te versterken en strategische afhankelijkheden te verminderen."
Minister Sjoerdsma:
“Het WRR-rapport geeft ons belangrijke inzichten om [...] de juiste keuzes te maken voor een sterk en weerbaar Nederland en Europa. We moeten samenwerken waar dat kan, maar ook onze eigen belangen goed beschermen. Het WRR-rapport geeft ons belangrijke inzichten om deze gesprekken voort te zetten en de juiste keuzes te maken voor een sterk en weerbaar Nederland en Europa.”
Hieronder vind je de samenvatting en het volledige rapport. Ook interessant: IO+ dook eveneens in het rapport, en gaat daarbij onder meer in op de voorbeelden die het rapport zelf aanhaalt.