Holland High Tech Holland High Tech

Nieuwe wet versterkt positie en bescherming van Nederlandse defensie-industrie

10 juli 2026

Het kabinet heeft ingestemd met een nieuw wetsvoorstel dat de Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie moet versterken en beter beschermen. De wet, voorgesteld door minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat), moet zowel de internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven verbeteren als de krijgsmacht zelf versterken. De wet maakt ook toetsing op specifieke risico’s bij investeringen, fusies en overnames in de defensiesector mogelijk. Het wetsvoorstel gaat nu voor advies naar de Raad van State, gevolgd door behandeling in de Tweede en Eerste Kamer.

Nieuws
Veiligheid
Veiligheidstechnologie
Valorisatie & Marktcreatie

Overheid en bedrijfsleven als partners

Minister Herbert benadrukt dat een weerbaar Nederland alleen mogelijk is wanneer overheid en bedrijfsleven nauwer samenwerken. De nieuwe wet moet bedrijven erkennen en versterken als cruciale partner in die weerbaarheid. Zo krijgen defensie- en veiligheidsbedrijven straks de mogelijkheid om een geschiktheidsverklaring aan te vragen, waarmee ze zich internationaal kunnen profileren als bewezen, betrouwbare onderneming voor Nederland en zijn bondgenoten.

Vergeleken met het oorspronkelijke voorstel ligt nu meer nadruk op overleg en maatwerk per bedrijf. Een aanwijzing voor een specifieke opschalings- of bevoorradingsactiviteit ten behoeve van de krijgsmacht kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden gegeven, op basis van vooraf bekende criteria. Dat moet ondernemers meer zekerheid geven over hun activiteiten en investeringen.

Toezicht op de nieuwe wet komt te liggen bij het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, dat al ervaring heeft met dit gevoelige beleidsterrein.

Drie pijlers van het wetsvoorstel

1. Sterkere positie bij buitenlandse defensieopdrachten

De wet maakt het mogelijk dat de overheid geschiktheidsverklaringen afgeeft aan Nederlandse bedrijven die willen meedingen naar buitenlandse defensieopdrachten en -subsidies. Dit moet de internationale positionering van de sector versterken en de rol van Nederland als betrouwbare toeleverancier behouden. Bedrijven worden hierbij onder meer gescreend op ongewenste buitenlandse inmenging in hun managementstructuur.

2. Specifieke investeringstoets ter bescherming van de sector

Voor ondernemingen die een essentiële leveranciersrol vervullen voor de krijgsmacht komt er een sectorspecifieke investeringstoets. Deze moet risico's op aantasting van essentiële defensiebelangen door ongewenste fusies, overnames of investeringen voorkomen. De toets is vergelijkbaar in opzet met de bestaande wet Vifo, die breder inzet op investeringstoetsing rond sensitieve technologie.

3. Aanwijzingsbevoegdheid als uiterste middel

Alleen in uitzonderlijke gevallen en bij een beperkt aantal bedrijven biedt de wet de mogelijkheid om aanwijzingen te geven, bijvoorbeeld over productie en instandhouding van defensiematerieel, of over samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en andere partijen. Denk aan sturing op strategische voorraden, de bevoorradingsketen en opschaling van productiecapaciteit. Dit moet bijdragen aan het behoud van strategische capaciteiten binnen de Nederlandse en Europese defensie- en veiligheidsindustrie.

Vervolgstappen

Criteria, uitvoering en vergoeding worden verder uitgewerkt in de nieuwe Wet weerbare defensie-industrie (WWDI). Na advies van de Raad van State en afhankelijk van de behandeling door de Tweede en Eerste Kamer kan de wet mogelijk in de loop van 2027 in werking treden.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief