Holland High Tech Holland High Tech

Virtuele echo’s als proeftuin voor nieuwe medische technologie

13 oktober 2026

Kun je een echo die door de computer is gemaakt nog onderscheiden van een echte? Zelfs ervaren echo-onderzoekers blijken dat nauwelijks te kunnen. Daniek van Aarle promoveerde recent aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) op onderzoek naar zulke virtuele echo’s van bloedvaten. Haar werk is onderdeel van de projecten PISANO en PICASSO, die PPS (Publiek-Private Samenwerking)-ondersteuning ontvangen vanuit Holland High Tech.

Nieuws
MedTech
PPS financiering
Imaging Technologies

Nieuwe software die bijvoorbeeld automatisch de vaatwand herkent, heeft veel echobeelden nodig om van te leren en om op te testen. Bij beelden van patiënten moet een expert de vaatwand eerst met de hand intekenen. Dat kost veel tijd en levert geen eenduidig resultaat op, want verschillende artsen trekken die grens steeds net iets anders.

De oplossing: een digitaal nagebouwd bloedvat

Van Aarle bouwde bloedvaten digitaal na en simuleerde hoe een echo daarvan eruitziet. Omdat de onderzoekers het model zelf ontwerpen, weten ze precies waar de wand zit, hoe groot het vat is en hoe het beweegt. Zo kan software worden getoetst aan een beeld waarvan het juiste antwoord al vaststaat. Haar simulaties vergeleek ze met echobeelden die tijdens bijna dertig operaties bij patiënten met een aneurysma van de buikslagader in het Catharina Ziekenhuis zijn gemaakt. Die beelden werden van binnenuit het bloedvat opgenomen.

Samenwerking als basis

Het onderzoek vond plaats binnen het Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC). Daarin werken het Catharina Ziekenhuis, TU/e, Philips, Máxima Medisch Centrum en Kempenhaeghe samen om medische innovaties sneller naar de kliniek te brengen.

Basis voor vervolgonderzoek

Patiënten merken nog niet direct iets van dit onderzoek. Het legt wel een basis voor nieuwe apparatuur, software en AI-toepassingen. De ontwikkelde simulatietoolbox wordt al gebruikt in verschillende vervolgprojecten. Gedetailleerde simulaties vragen wel veel rekenkracht. Vervolgonderzoek moet daarom uitwijzen hoeveel detail echt nodig is.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief