Holland High Tech Holland High Tech

Slimme robots vragen om slimme keuzes

31 augustus 2026

Arbeidstekorten, vergrijzing en internationale concurrentie zetten de Nederlandse maakindustrie onder druk. Tegelijkertijd ontwikkelen robots zich in hoog tempo. Volgens Ton Peijnenburg, CTO bij VDL Enabling Technologies Group en Programmaraadslid Mechatronics & Optomechatronics bij Holland High Tech, moet Nederland nu bepalen welke positie het in cognitieve robotica wil innemen om ook in de toekomst concurrerend te blijven.

Dit artikel is onderdeel van de publicatie "De toekomst van de maakindustrie", die op 31 augustus 2026 is verschenen als bijlage van Het Financieele Dagblad.

* Bron foto: VDL Enabling Technologies Group

Nieuws
Mechatronics & Optomechatronics
Sleuteltechnologieën
Cognitieve Robotica

“Cognitieve robotica is robotica die kan nadenken.” Voor Ton Peijnenburg, CTO bij VDL Enabling Technologies Group en Programmaraadslid bij Holland High Tech, zit daarin het grote verschil met traditionele robots. “Een traditionele robot doet steeds hetzelfde. Cognitieve robotica kan waarnemen, redeneren en op basis daarvan acties aanpassen. Daardoor wordt een robot veel flexibeler inzetbaar.”

Peijnenburg houdt zich al jarenlang bezig met robotica. Al tijdens zijn tijd bij Philips in Eindhoven werkte hij aan robotvoetbal. “Robotvoetbal heeft als ambitie om in 2050 te winnen van de menselijke wereldkampioen voetbal.” Volgens hem illustreert dit hoe snel de ontwikkelingen kunnen gaan. “Als je ziet wat er nu op het veld gebeurt, dan denk je dat we nog heel ver te gaan hebben. Als je echter gelooft in exponentiële ontwikkeling, dan kan er nog heel veel goed komen en kan een humanoïde robot over een paar jaar misschien wel steekpasses geven”, lacht hij.

Flexibiliteit als concurrentiekracht

Juist die flexibiliteit is volgens Peijnenburg essentieel voor de Nederlandse maakindustrie. “Wij produceren hier geen honderdduizenden identieke producten per dag. Nederlandse bedrijven werken vaak met kleine series en veel verschillende producten. Traditionele automatisering is daarvoor vaak te kostbaar of onvoldoende flexibel.”

Hij wijst daarbij op het verschil tussen massaproductie en de Nederlandse praktijk. “Als je auto’s in elkaar last of iPhones maakt, dan kun je traditionele automatisering inzetten. Dan maak je duizenden of tienduizenden producten per dag. Dat doen wij in het grootste deel van onze maakindustrie niet. Wij maken veel diversere producten. Juist daar maakt cognitieve robotica het economisch interessant om te automatiseren.”

Ook bij VDL is automatisering al jarenlang een strategische keuze. “Om internationaal concurrerend te blijven, moeten we slimmer produceren. De energie is hier duurder, arbeid is duurder. Dan moet je zorgen dat je productief blijft. Dat betekent automatiseren, ook door te robotiseren.”

Een minstens even belangrijk voordeel ziet Peijnenburg in het behoud van kennis en ervaring. “Vergrijzing betekent niet alleen dat er minder arbeidskrachten zijn, maar ook dat ervaring verdwijnt. Als je die overdraagt aan een generatie robots, dan kunnen die robots hun instructies eenvoudig kopiëren. Als één robot een kunstje kan, dan kunnen ze het allemaal.”

"Flexibele robots versterken de concurrentiekracht van de maakindustrie."

Ton Peijnenburg, CTO bij VDL Enabling Technologies Group en programmaraadslid bij Holland High Tech

Strategische autonomie

De ontwikkeling van cognitieve robotica versnelt enorm door de grote stappen die AI maakt. Dit raakt volgens Peijnenburg aan veel meer dan alleen automatisering. “Strategische relevantie gaat niet alleen over de robot zelf, maar ook over de software, de data en de manier waarop je robots traint.”

Peijnenburg stelt dat bedrijven anders moeten gaan werken. “Traditionele robots programmeer je stap voor stap. Cognitieve robots train je op basis van AI-technieken. Dat vraagt om digitale modellen van je fabriek, je product en je processen. Die vertegenwoordigen kennis en waarde. Je wilt niet dat die kennis zomaar verdwijnt naar de leverancier van de robot. Ook de Slimme robots vragen om slimme keuzes. Ook de beschikbaarheid van robots speelt een rol. Je wilt de robot ter beschikking hebben op het moment dat je hem nodig hebt. Daarnaast wil je kunnen differentiëren. Misschien heb je voor precisiemontage net een andere hand of grijper nodig. Dan wil je die zelf kunnen ontwikkelen en toepassen.”

Daarom vindt hij het belangrijk dat Nederland en Europa investeren in eigen kennis en technologie. “Het schrikbeeld is de kill switch: je wilt niet afhankelijk zijn van een partij die op afstand kan bepalen of jouw fabriek morgen nog draait.”

Samen keuzes maken

Volgens Peijnenburg hoeft Nederland niet overal koploper in te worden. “We moeten juist kijken waar we economisch al sterk in zijn. Vooral in sectoren als de maakindustrie, landbouw en tuinbouw kan cognitieve robotica grote impact hebben.”

Die gedachte vormt ook de basis van de Nationale Agenda Cognitieve Robotica. Hierin brengen Holland High Tech en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat betrokken bedrijven, kennisinstellingen en overheden samen. Volgens Peijnenburg vraagt dat vooral om focus. “We zijn een klein land. Als we de vuist willen ballen, moeten we keuzes maken. Dit betekent overigens niet dat we iedereen tevreden moeten houden. Samenwerking moet niet betekenen dat iedereen mee moet kunnen doen. De partijen die er werk van willen maken, moeten met elkaar afspreken hoe ze dat samen gaan doen.”

“Nederland hoeft niet overal de beste in te zijn. We moeten vooral de sectoren en sleuteltechnologieën versterken waarin we nu al internationaal onderscheidend zijn. Als we daarin de juiste keuzes maken, kan cognitieve robotica een belangrijke bijdrage leveren aan de concurrentiekracht van de Nederlandse maakindustrie."

Meld je aan voor onze nieuwsbrief