De komst van een wetenschappelijk topinstrument als de Einstein Telescope is een garantie voor nieuwe innovaties en langjarige winst voor de economie, en daarmee essentieel voor onze autonomie en concurrentievermogen. In Europa wedijveren 3 kandidaten om de vestiging van de telescoop. Naast het Nederlands-Belgisch-Duitse consortium zijn dat Italië (Sardinië) en de Duitse deelstaat Saksen. Alle deelnemende landen in Europa moeten volgend najaar een beslissing nemen over de plaats van vestiging.
Voorbij de grenzen van wat technisch mogelijk is
De Einstein Telescope wordt een groot ondergronds instrument, bestaande uit kilometerslange buizen waar laserstralen doorheen gaan. Door de snelheid van die stralen veel preciezer te meten dan tot nu toe mogelijk is, kunnen wetenschappers zwaartekrachtgolven uit de ruimte opsporen, en zo nieuwe dingen te weten komen over de oorsprong van ons universum. Voor de ontwikkeling van de telescoop is veel nieuwe kennis nodig, voorbij de grenzen van wat nu al technisch mogelijk is. Dat stimuleert innovatie en bedrijvigheid.
Nederland heeft uit het Nationaal Groeifonds een reservering van € 870 miljoen klaarstaan voor de bouw van de telescoop, Vlaanderen heeft € 500 miljoen toegezegd en Wallonië € 200 miljoen. Daarnaast heeft het ministerie van OCW vandaag bekendgemaakt € 25 miljoen beschikbaar te willen stellen voor de voorbereiding op de komst van de Einstein Telescope. Ook andere partners, zoals bijvoorbeeld de provincie Limburg, leveren een belangrijke bijdrage in de huidige ontwikkelfase.